|
Het streekeigen erf rond boerderijen in Zeeland wordt gekenmerkt door een aantal karakteristieke landschapselementen. Deze hadden vroeger ieder een eigen specifieke functie. Een drinkput voor het vee, een hoogstamboomgaard met fruit voor eigen gebruik en knotwilgen voor hout. Het erf van De Baeckermat is ook gedeeltelijk weer in oude staat teruggebracht. Deze herinrichting heeft in het voorjaar van 1999 plaatsgevonden en is uitgevoerd door o.a. Stichting Landschapsbeheer Zeeland.
Vleermuiskelder
Nabij de grootste drinkput is in de grondwal een vleermuiskelder gemaakt. De kelder is gemaakt van vierkante betonnen duikerelementen en is ongeveer 5 meter lang. De ingang is een vliegopening van een paar cm breed. Deze opening is voldoende voor de vleermuizen. Experts van St. Landschapsbeheer Zeeland hebben vastgesteld dat de speciaal ontworpen kelder aan alle vleermuiswensen voldoet en dat deze kelder in de toekomst, vooral door dwergvleermuizen tot winterverblijf zal worden verkozen. De kelder is namelijk vorstvrij en heeft een hoge luchtvochtigheid. Wanneer men een kijkje wil nemen in deze vleermuizenkelder kan dat alleen onder begeleiding (te combineren met de boerderijexcursie).
Veedrinkputten / Amfibiepoelen
Sloten en kreken in Zeeland bevatten vaak brak water wat ongeschikt is als drinkwater voor het vee. Daarom werd in ieder weiland een geïsoleerde put gegraven met zoet grondwater. Vroeger waren er op de boerderij ook drinkputten voor het vee aanwezig. Vanuit deze gedachte zijn er op de Baeckermat in het vroege voorjaar van 1999 twee drinkputten gegraven. Rondom de drinkputten ligt een grondwal. Deze variatie in hoogteligging en grondvochtigheid is weer interessant voor de flora en fauna. Vanuit het ecologisch opzicht is deze groenzone dus zeer geschikt voor de ontwikkeling van kikkers, salamanders, libellen en andere waterdiertjes. Alles groeit en ontwikkelt zich natuurlijk. De amfibiepoelen zijn leuk voor b.v een kindereducatief onderdeel. Met behulp van een leskist kunnen allerlei beestjes en plantjes bestudeerd worden.
Beplanting
Vlakbij één van de waterputten is een hoogstamboomgaard heraangeplant. In de hoogstamboomgaard zijn diverse oude rassen appels (sterappel), peren (kleipeer), pruimen, kersen (meikers) en mispels te vinden. De mispel vormt een kleine grillige boom met prachtige witte bloemen en fraaie bruine vruchten met een typische smaak. De vruchten zijn pas eetbaar als de nachtvorst erover is geweest. De Zeeuwse haag werd in het verleden aangeplant als veekering. In de haag staan diverse soorten doornstruiken zoals meidoorn, hondsroos, sleedoorn en wilde liguster. Ze vormen een prima biotoop voor diverse kleine zangvogels, zoals de heggenmus en braamsluiper. Natuulijk mogen de knotwilgen niet ontbreken. De knotwilgen krijgen in de toekomst een grillige knot met diverse gaten. Juist deze gaten vormen een prima nestgelegenheid voor holenbewoners en een groeiplaats voor diverse planten, mossen en paddestoelen.
Nestkasten
Op het erf zijn voor een aantal bedreigde diersoorten nestkasten aangebracht.
Paardenaanlegsteiger
Bij de oprit van De Baeckermat is er een speciaal plaatsje gecreëerd voor ruiters die even willen rusten met hun paard.
|
|
|